Optrekken leeftijd youngtimer desastreus
De youngtimerregeling voor ondernemers die zakelijk een oudere auto rijden, wordt versoberd. Geldt de youngtimerregeling nu nog voor auto’s vanaf 15 jaar oud, vanaf 1 januari 2027 moet de auto zelfs 25 jaar of ouder zijn om voor de regeling in aanmerking te komen. Het Aftersalespanel spreekt zich uit.
Het gevolg van de versobering van de youngtimerregeling laat zich raden: veel youngtimers die nu nog zakelijk gereden worden, zijn vanaf 1 januari 2027 geen youngtimer meer. De bijtelling wordt dan niet langer berekend over de economische waarde, maar over de cataloguswaarde. Het verschil in de netto maandelijkse bijtelling kan daardoor oplopen tot een factor 5. Wouter van Embden, initiatiefnemer van de Stichting Autobelangen, spreekt zelfs van een factor 10. “Gemiddeld gaat men 500 euro per maand netto meer betalen.”
Lastenverzwaring
In 2009 heeft de Stichting Autobelangen al succesvol gelobbyd tegen exact dezelfde versobering van de youngtimerregeling als nu voorligt, namelijk dat zakelijk gereden auto’s tot 25 jaar moeten worden bijgeteld over de cataloguswaarde. De berekening van de bijtelling bleef in 2009 nog gehandhaafd op basis van de economische waarde, al ging wel het percentage waarmee over de economische waarde gerekend moest worden van 25 naar 35 procent. Wouter van Embden, initiatiefnemer van de stichting: “De overheid heeft het over versobering, maar ik zou liever willen spreken van afschaffing. De verhoging van de leeftijd werd verkocht als vergroening van het wagenpark, maar was puur bedoeld als dekking voor gemiste inkomsten. Het probleem is dat er destijds geen impactanalyse is gedaan. De nieuwe youngtimerregeling zou de overheid 54 miljoen euro per jaar opleveren. Ik heb uitgerekend dat de lastenverzwaring in totaal 1,6 miljard euro bedraagt. De overheid heeft gerekend met een veel te laag aantal youngtimers en een extreem lage nieuwwaarde van de auto’s. Er zijn gewoon aantoonbaar rekenfouten gemaakt. Daardoor is de lastenverzwaring twintig keer hoger dan waarmee zij gerekend hebben. Een gemiddelde youngtimerrijder rijdt een BWM 5 Serie, of een Volvo XC90. Die gaan in de nieuwe regeling zo’n 500 euro netto meer bijtelling betalen. Dat gaat natuurlijk geen ondernemer doen. De overheid heeft zich rijk gerekend, maar dat gaat nooit gebeuren.”

Belastingplan
De nieuwe youngtimerregeling is een onderdeel van het belastingplan dat in november 2025 werd aangenomen door de Tweede Kamer en in december door de Eerste Kamer werd goedgekeurd. Autobelastingen zijn een onderdeel van dat belastingplan. Binnen de autobelastingen vormt de youngtimerregeling een dusdanig klein onderdeel, dat daarvoor niet het gehele belastingplan terug naar de tekentafel werd verwezen, hoewel er met name in de Eerste Kamer bijna geen senator meer te vinden is die het nog een goede regeling vindt.
2026 is een overgangsjaar. Wie op 31 december 2025 een youngtimer reed, dus ook een exemplaar van vijftien jaar oud, blijft ook in 2026 bijtellen over de economische waarde. Wie in 2027 nog een auto jonger dan 25 jaar zakelijk wil rijden, telt bij over de cataloguswaarde. Daarmee komt de overheid enigszins tegemoet aan de bezwaren van berijders, die hun zakelijk gereden youngtimer ineens fors duurder zien worden. Voor autobedrijven die youngtimers op voorraad hebben genomen is de regeling een financiële strop, want ze kunnen die auto’s op de zakelijke markt nauwelijks nog kwijt. Opnieuw komt de Stichting Autobelangen tegen aanpassing van de youngtimerregeling in het geweer, maar daarover later meer.
Botte bijl
Victor Vilé, eigenaar van Premium Classics, is zo iemand die nogal wat auto’s uit de jaren 0 en 10 te koop heeft staan. Naast het feit dat het zijn handel minder aantrekkelijk maakt voor de zakelijke markt, vindt Victor Vilé dat de nieuwe regeling slecht doordacht is. “De overheid heeft gedacht hiermee even snel 50 miljoen euro aan belastingen op te halen, maar dat is helemaal verkeerd gerekend. Als de overheid met de occasionbranche had overlegd, en misschien was uitgekomen op 45 of 55 procent van de economische waarde, had de regeling gewoon in stand kunnen blijven, hadden ze het geld ook binnengeharkt en had ik mijn voorraad kunnen aanhouden. Nu zijn ze er gewoon met de botte bijl in gegaan. Ze hadden ook een wat langere overgangsregeling kunnen instellen, of mensen hun contract kunnen laten uitdienen. Niets van dat alles.”
“Voor kleine ondernemers blijft er niet zoveel keuze over. Ze schrijven de auto dit jaar af, of zetten hem voor weinig privé op naam en gaan volgend jaar waarschijnlijk per kilometer declareren. Bijtellen over de cataloguswaarde zullen weinigen doen, dat scheelt honderden euro’s per maand. Het is ongelooflijk hoe hard de regeling ondernemers raakt.”
Middensegment
Marco Hof is youngtimerspecialist en heeft eigenlijk maar drie pijnpunten in zijn voorraad: een Mercedes S 400 Hybrid Lang, een SL 63 AMG en een Volkswagen Phaeton, waar hij eigenlijk dit jaar nog van af moet. “Maar dat lukt wel”, zegt hij. “Als je nu een schuur vol hebt staan met allemaal middle of the road spul, dan heb je een probleem, maar een AMG, een achtcilinder en zelfs die Volkswagen, daar zijn echt wel liefhebbers voor te vinden, al dan niet fiscaal vriendelijk. Dus ik maak me niet zoveel zorgen.”
“De wijziging van de regeling zoals we die nu kennen, hing al wat langer in de lucht. Dus als je je als ondernemer bent blijven focussen op dat middensegment, dan ben je op zijn minst slecht geïnformeerd, of naïef. In de basis vind ik dat je iedere auto die zakelijk gereden wordt, moet mogen bijtellen over de economische waarde als je er ook privé gebruik van maakt. Waarom zou een zzp’er met een oude Golf voor de deur die moeten bijtellen alsof hij een nieuwe Golf voor de deur heeft staan?”
“Daarnaast vind ik de termijn waarmee deze nieuwe regeling even door de Tweede Kamer is gejaagd van de ratten besnuffeld. Voor iemand die twintig jaar lang youngtimers heeft verkocht aan ondernemers is het wel een hele omslag om ineens een heel ander type auto’s te gaan verkopen, want je klantenbestand is daar niet op gericht. Zo iemand ziet dus niet alleen in één keer zijn voorraad waardeloos worden, maar ook zijn klantenbestand. Dit is voer voor een massaclaim richting de overheid, want ondernemers krijgen nauwelijks de tijd hun verlies te beperken. Als overheid moet je je burgers fatsoenlijk behandelen en dit vind ik onfatsoenlijk. Ze hadden hier in Den Haag gewoon iets beter over na moeten denken. Als je iedere auto ouder dan vijf jaar bijtelt over de economische waarde komen er ook ineens allemaal heel leuke elektrische auto’s in beeld die nu massaal, zwaar gesubsidieerd bij aanschaf, uitgedeeld worden aan het buitenland.”
E-timerregeling
Dat is precies het punt dat Richard Bierlaagh, partner bij Port Sight Tax en docent belastingrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, maakt in een opiniestuk in het fd. Ook hij verdedigt de versobering van de youngtimerregeling vanuit het standpunt dat die helpt het wagenpark te verduurzamen, maar hij koppelt dat aan een maatregel die tegelijkertijd de elektrische auto aantrekkelijker maakt. In het opiniestuk stelt Richard Bierlaagh: “Elektrische occasions verdwijnen naar de particuliere markt, worden geëxporteerd of maken plaats voor nieuwe productie. Daarmee verdwijnt niet alleen economische waarde, maar ook milieuwinst. En belangrijker: de elektrische auto blijft voor een grote groep Nederlanders buiten bereik, terwijl juist zij nodig zijn om de energietransitie breed te laten slagen.”
Het plan voor een dergelijke e-timerregeling komt uit de koker van Wouter van Embden, die dit al meer dan een jaar geleden aan politici heeft voorgesteld als alternatief voor de youngtimerregeling. Kern van de e-timerregeling is dat de youngtimerregeling geleidelijk wordt afgebouwd voor auto’s van bouwjaar 2011 of ouder. De komende jaren komen daar geen nieuwe bouwjaren meer bij, waarbij bestaande rechten gerespecteerd worden. Voor alle youngtimers wordt het bijtellingspercentage verhoogd van 35 naar 40. Elektrische auto’s vanaf 60 maanden kunnen worden bijgeteld op basis van de dagwaarde, met hetzelfde percentage als geldt voor nieuwe elektrische auto’s, die over de cataloguswaarde worden bijgeteld.
Massaclaim
Dat is toekomstmuziek. Voor dit moment geldt dat er bedrijven zijn, zoals dat van Victor Vilé, die door de versobering van de youngtimerregeling hard getroffen worden. Nog één keer Wouter van Embden, die nu met de Stichting Autobelangen een massaclaim voorbereidt (zie autobelangen.nl), omdat hij vindt dat het doorzetten van een regeling die eigenlijk niet kan rekenen op steun vanuit de beide Kamers, getuigt van onbehoorlijk bestuur. “Dat kost natuurlijk wel een hoop geld, dus we moeten eerst zien of we een dergelijke rechtszaak gefinancierd kunnen krijgen. Een eventuele rechtszaak beoogt vervolgens twee dingen: de veroordeling van de regeling als onrechtmatig, waardoor hij van tafel verdwijnt. En als dat lukt, willen we ook een schadevergoeding voor de bedrijven die geraakt worden. Voor kolencentrales worden overgangstermijnen van tien jaar overeengekomen, maar voor youngtimerhandelaren wordt hun handel van de ene op de andere dag stilgelegd. Onbestaanbaar vind ik het.”
Het bericht Optrekken leeftijd youngtimer desastreus verscheen eerst op Aftersales Magazine.
Bron
Titel: Aftersales Magazine
Link: https://aftersalesmagazine.nl/nieuws/retail/optrekken-leeftijd-youngtimer-desastreus/


