Vraag het de jongens
Deze maand had ik niet meteen een onderwerp voor de column, dus ben ik vandaag de kantine ingelopen met de vraag: jongens, waar denken jullie aan bij het onderwerp werkplaatsapparatuur en -inrichting? Dat leverde eigenlijk wel leuke en praktische antwoorden op. Gewoon dingen uit de praktijk: gereedschapskarren, EV-gereedschap en tools die het werk lichamelijk minder zwaar maken.
Natuurlijk wordt een gereedschapskar standaard aan iedere monteur verstrekt. Bij ons sleutelen de meeste monteurs met een Sonic S12-kar, maar er zijn ook collega’s die er een van Facom of Snap-On gebruiken. Zelf vind ik het vooral mooi als je één en dezelfde lijn in de werkplaats hebt, maar in de praktijk blijkt die diversiteit juist vaak handig en wordt er dus ook regelmatig iets uit een andere kar gehaald. De ene steeksleutel is nét even anders, in lengte, heeft een andere hoek, of werkt net even fijner dan een andere. Zeker als universeel autobedrijf kom je zoveel verschillende merken en modellen tegen dat het juist prettig is als er diversiteit aan gereedschap beschikbaar is. Dat werkt prettiger en efficiënter, en is ook nog eens goed voor de samenwerking. Dan merk je dat een persoonlijke voorkeur in gereedschap echt verschil kan maken in het werkplezier. En daar zit ook gelijk een les voor mij: niet alles hoeft hetzelfde te zijn om toch goed georganiseerd te zijn.
In EV-gereedschap hebben we de afgelopen tijd flink geïnvesteerd, onder andere in apparatuur om accucellen in HV-batterijpakketten te balanceren. Dat is zo’n voorbeeld van hoe de werkplaats verandert. Een paar jaar geleden was dat voor veel universele autobedrijven nog niet iets waar je dagelijks mee bezig was. Inmiddels hoort het er gewoon bij.
Het derde onderwerp dat werd genoemd noem ik met trots: tools en hulpmiddelen die het werk lichamelijk minder zwaar maken. Denk aan een liftje bij apparatuur, of een bandenlift voor het wisselen van zware wielen. Dat zijn misschien niet de meest spectaculaire investeringen, maar op de werkvloer wel belangrijk en daar maken wij dan ook serieus werk van. Onze monteurs zijn geen watjes en natuurlijk hoort aanpakken bij het vak, maar slim werken is minstens zo belangrijk. Als je met hulpmiddelen de belasting op het lichaam kunt verminderen, dan moet je dat serieus nemen. We willen dat onze mensen dit vak gezond en met plezier kunnen blijven doen, ook als ze ouder worden.
In de praktijk zien we dat investeren in nieuwe tools niet altijd direct leidt tot daadwerkelijk gebruik. De bandenlift is daar een voorbeeld van. We moeten echt zorgen dat alle monteurs weten hoe dat ding werkt en dat hij ook echt gebruikt wordt. Verandering is voor ons allemaal lastig en voelt in het begin vaak niet meteen als beter of sneller. Pas wanneer een investering echt opgenomen is door het hele team is hij geslaagd. Dat is ook meteen de afweging die we telkens maken en soms ook weleens verkeerd inschatten. Als goed werkgever vinden we het belangrijk de wensen van onze monteurs serieus te nemen en te investeren waar nodig. Daarbij proberen we wel steeds de afweging te maken tussen wat nodig is en wat in de praktijk ook écht gebruikt wordt. Misschien is dat wel de belangrijkste werkplaatstrend van dit moment: niet investeren omdat het mooi klinkt of erbij hoort, maar omdat het je mensen en je werkplaats echt verder helpt.
Het bericht Vraag het de jongens verscheen eerst op Aftersales Magazine.
Bron
Titel: Aftersales Magazine
Link: https://aftersalesmagazine.nl/nieuws/werkplaats/vraag-het-de-jongens/


