Knelpunten pseudo-eindheffing autoverhuur aangepakt
Het ministerie van Financiën komt tegemoet aan bezwaren vanuit de mobiliteitsbranche over de invoering van de pseudo-eindheffing op auto’s met een verbrandingsmotor. Daarmee worden enkele belangrijke knelpunten voor autoverhuur- en mobiliteitsbedrijven weggenomen.
Dat meldt BOVAG, dat zich de afgelopen maanden samen met andere werkgeversorganisaties hard maakte voor aanpassing van de regeling.
De pseudo-eindheffing maakt onderdeel uit van het kabinetsbeleid om de zakelijke mobiliteit verder te verduurzamen. Vanaf 1 januari 2027 moeten werkgevers een extra heffing betalen voor auto’s met een verbrandingsmotor die ook privé door werknemers worden gebruikt. De maatregel moet werkgevers stimuleren sneller over te stappen op volledig elektrische voertuigen.
Ongewenste situaties
Volgens BOVAG dreigde de regeling in de praktijk echter tot ongewenste situaties te leiden. Vooral autoverhuurders, leasemaatschappijen en bedrijven die werken met tijdelijke vervangende voertuigen zouden te maken krijgen met extra administratieve lasten en mogelijk hoge kosten. Ook in situaties waarin een werknemer slechts kort gebruikmaakt van een vervangende auto, kon de regeling volgens de branche onevenredig uitpakken.
Vereenvoudiging van administratieve verplichtingen
Samen met negentien andere werkgeversorganisaties trok BOVAG daarom aan de bel bij politiek en overheid. Die oproep lijkt effect te hebben gehad. Het kabinet kondigt nu voor de komende jaren een gerichte uitzondering aan voor vervangende auto’s die maximaal veertien kalenderdagen (aaneengesloten) worden ingezet. Het maakt dan dus niet uit of die vervangende auto elektrisch aangedreven of brandstof-aangedreven is.
Ook voor andere korte zakelijke inzet wil het kabinet een uitzondering (tot 2031) voor het moeten betalen van de pseudo-eindheffing maken. Deze blijft beperkt tot de terbeschikkingstelling van maximaal een week (zeven kalenderdagen aaneengesloten, één keer per jaar per auto). Bij een langere termijn vreest de overheid dat de prikkel te groot wordt om met voortdurend wisselende kortdurende terbeschikkingstellingen de pseudo-eindheffing te ontduiken. Na de overgangstermijn (1 januari 2031) vervalt deze uitzondering.
Deze tegemoetkoming van het kabinet is volgens BOVAG belangrijk voor de verhuursector om in realistisch tempo te elektrificeren. Een substantieel deel van de zakelijke verhuurmarkt bestaat uit dit soort kortdurende verhuur. Volgens onderzoek onder BOVAG-leden heeft tweederde van de autoverhuurvestigingen een gemiddelde huurtermijn van maximaal een week.
Bij terbeschikkingstellingen langer dan een week zal de pseudo-eindheffing vanaf 1 januari aanstaande wel van toepassing blijven. Hieronder vallen vrijwel alle (short)leasecontracten en voorloopauto’s. Er komt ook een gerichte vrijstelling voor lesauto’s, die in verband met het B-rijbewijs immers verplicht een handbak hebben en daarmee niet kunnen elektrificeren.
Belangrijke stap vooruit
BOVAG spreekt van een belangrijke stap vooruit, maar benadrukt dat nog niet alle zorgen zijn weggenomen. De brancheorganisatie blijft daarom in gesprek met het ministerie over de verdere uitwerking van de maatregel. Daarbij ligt de nadruk op een regeling die niet alleen bijdraagt aan verduurzaming, maar ook uitvoerbaar blijft voor ondernemers.
De invoering van de pseudo-eindheffing staat vooralsnog gepland voor 1 januari 2027. In de komende periode wordt meer duidelijk over de precieze invulling van de uitzonderingen en aanpassingen. Voor bedrijven in de mobiliteitssector is dat belangrijk, omdat de nieuwe regels gevolgen kunnen hebben voor wagenparkbeheer, vervangend vervoer en de administratieve organisatie rondom zakelijke voertuigen.
Het bericht Knelpunten pseudo-eindheffing autoverhuur aangepakt verscheen eerst op Aftersales Magazine.
Bron
Titel: Aftersales Magazine
Link: https://aftersalesmagazine.nl/nieuws/leasing/pseudo-eindheffing-autoverhuur-aangepakt/


