De duurste werkplaatscontrole van het jaar
Iedere garagehouder kent het gevoel wel: de administratie als noodzakelijk kwaad. Zolang de monteurs hun salaris krijgen en de klanten tevreden zijn, lijkt alles op orde. Totdat de Arbeidsinspectie voor de deur staat. Dat overkwam onlangs een garagebedrijf.1
Het bedrijf met twee werknemers kreeg bezoek van inspecteurs die controleerden of de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) werd nageleefd. Op zichzelf niets bijzonders. Wat volgde was dat echter wel. De inspecteurs wilden vaststellen hoeveel uur een monteur in een bepaalde periode daadwerkelijk had gewerkt en dat bleek lastiger dan verwacht.
Volgens het garagebedrijf werkte de monteur 32 uur per week. Tijdens de controle verklaarde de directeur dat de monteur 36 uur per week werkte. De monteur zelf verklaarde tweemaal dat hij 40 uur per week werkte. Een collega bevestigde vervolgens dat de monteur eigenlijk fulltime aanwezig was. Volgens de urenregistraties werkte de monteur 32 uur per week en ook bleek dat de monteur voor 32 uur per week betaald kreeg. Dat zette de inspecteurs op scherp.
Achteraf viel niet meer te controleren hoeveel uur daadwerkelijk was gewerkt. De administratie bestond uit een formulier met kruisjes per dag. Geen begin- en eindtijden, geen pauzes, geen handtekening werknemer en werkgever.
Het garagebedrijf kreeg wel een boete maar niet wegens onderbetaling. Omdat het niet de vereiste stukken kon presenteren waaruit de gewerkte uren bleken, volgde een rekening van maar liefst € 12.000,00. Met andere woorden: niet het loonprobleem, maar het administratieprobleem werd bestraft.
Dit vond het bedrijf buitenproportioneel hoog en het verzocht de rechter om matiging. De boetes voor onderbetaling zijn namelijk een stuk lager dan boetes voor het niet kunnen aanleveren van de benodigde bescheiden. Bij onderbetaling was de boete ‘slechts’ € 4500,00 geweest. Verder ging het om een relatief klein bedrijf met twee werknemers en bestond enkel het vermoeden van onderbetaling.
De rechtbank bevestigt allereerst dat het garagebedrijf de wet had overtreden: werkgevers moeten kunnen aantonen hoeveel uren werknemers hebben gewerkt. Als die gegevens ontbreken of onvoldoende betrouwbaar zijn, komen de gevolgen daarvan voor rekening van de werkgever. De rechtbank oordeelt vervolgens over de hoogte van de boete. Daarbij weegt mee dat een boete moet worden afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten.
Gelet op de wijze waarop de boete tot stand is gekomen, het motief dat daaronder ligt en de gevolgen voor het garagebedrijf, oordeelt de rechtbank dat de boete van € 12.000,00 onevenredig hoog is en matigt deze tot € 4500,00. Daarbij speelt ook mee dat het garagebedrijf de urenregistratie heeft verbeterd door urenregistratieformulieren te hanteren waarop de start- en eindtijden worden ingevuld en die zowel door de werknemer als de werkgever worden ondertekend.
Dat is voor het garagebedrijf ongetwijfeld een opluchting geweest. Maar wie denkt dat daarmee de kous af was, heeft het mis. De openbaarmaking van de inspectiegegevens bleef gewoon in stand. Ook bleef een waarschuwing voor een mogelijke toekomstige stillegging van werkzaamheden overeind. De financiële schade werd dus weliswaar beperkt, maar de mogelijke reputatieschade en de administratiefrechtelijke gevolgen verdwenen niet.
Veel garagebedrijven registreren uren primair voor de facturatie richting klanten. Die registratie voldoet lang niet altijd aan de eisen die daaraan worden gesteld. Een simpel kruisje achter een naam kan voldoende zijn voor de werkplaatsplanning, maar biedt weinig houvast wanneer een inspecteur wil weten hoe laat iemand begon en eindigde en hoeveel uur uiteindelijk daadwerkelijk is gewerkt.
Een afdoende urenregistratiesysteem hoeft niet ingewikkeld te zijn. Belangrijkste is dat de registratie controleerbaar is. Vastgelegde begin- en eindtijden, een overzicht van de gewerkte uren en een bevestiging van werknemer en werkgever kunnen achteraf een wereld van verschil maken.
De garage won uiteindelijk dus een groot deel van de procedure. De boete werd aanzienlijk verlaagd. Maar dat succes veranderde niets aan de belangrijkste conclusie van de rechtbank: de administratie was simpelweg niet op orde.
1 Rb. Overijssel 29 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:4644.
Het bericht De duurste werkplaatscontrole van het jaar verscheen eerst op Aftersales Magazine.
Bron
Titel: Aftersales Magazine
Link: https://aftersalesmagazine.nl/nieuws/werkplaats/de-duurste-werkplaatscontrole-van-het-jaar/


